Natuurlijke
bacteriën en enzymen
Brok- en blikvoeding bevatten geen natuurlijke enzymen en bacteriën
om het gehele metabolisme van een carnivoor, waaronder ook de
gedomesticeerde hond, kat en fret vallen, ‘gezond’ te houden. De
voeding is verhit en steriel, waardoor het totaal geen functie meer
heeft op het gestel van een carnivoor. Het toevoegen van kunstmatige
enzymen en 'probiotica' aan dergelijke voeding blijkt vaak niet afdoende om een gezond functioneren te bewerkstelligen.
Een voeding die niet gelijk is aan het carnivore spijsverteringsstelsel,
kan het dier minder bescherming bieden, waardoor het vatbaarder wordt voor ziektes.
Aminozuren uit dierlijke eiwitten, vetten, vitamines en mineralen waaronder calcium van dierlijke oorsprong, zijn de
belangrijkste bouwstoffen voor een carnivoor. Deze bouwstoffen bevatten de meest hoogwaardige natuurlijke
kwaliteit die maar denkbaar is en in onbewerkte staat zijn ze dan ook
volledig opneembaar voor het carnivore darmstelsel. Dit is dan ook een zeer belangrijk aspect als het gaat om een gezonde
hoogwaardige soortgerichte voeding voor de hond, kat of fret.
Als voedsel in de maag belandt, dan maken de kliertjes in de maagwand
maagsappen aan. Ook laten die kliertjes het enzym pepsine los. Dit is een
eiwitsplitsend enzym dat enkel in een uiterst zuur milieu optimaal
werkt.
Het zoutzuur uit de maagsappen van een rauw gevoerde hond werkt samen met
een zeer kleine hoeveelheid melkzuren in op
de voedingseiwitten in de maag, laat ze als het ware zwellen, zodat het
enzym pepsine goed kan inwerken op de massa. Bij een optimale vertering
van vlees en botten worden minuscule afbraakproducten gevormd, de
aminozuren. In een zuur milieu van de maag lost zoutzuur minerale
zouten op en heeft een bacteriedodende functie.
De
pH waarde moet van nature erg zuur zijn om bacteriële aanvallen het
hoofd te kunnen bieden.
Een overproductie aan
melkzuren in de maag ontstaat als er veel zetmeel- en suikerhoudende voeding wordt
gegeven. Door dit constante alkalische milieu kunnen op termijn diverse klachten ontstaan, waarvan
maagirritatie maar een minieme symptoomuiting is. Er zijn theorieën en
op wetenschap gebaseerde studies die stellen dat niet alleen de spieren
van paarden,
maar ook honden die duursporten verrichten en een overvloed aan zetmeel
waaronder vooral granen in hun dieet hebben, sneller verzuren en stijf
worden. Koolhydraten leveren in een rap tempo kortstondige energie,
maar het zijn niet de belangrijkste energieleveranciers. Als er
onvoldoende zuurstof aanwezig is tijdens de koolhydraatverbranding, dan
kan dit tot verzuring van de spieren leiden. Tijdens het verbranden van
vetten is het verzuren nauwelijks mogelijk, aangezien in dit geval het
verbrandingsproces op anaerobe wijze niet speelt. Ook levert vet als
brandstof een veel gelijkmatiger en langduriger energieverbruik,
waardoor het dier in kwestie minder nerveus is en optimaler gebruik kan
maken van de geleverde energie.
Voeding
dat door het enzym pepsine in de maag niet kan worden herkend als
'gelijke', het zogenoemde 'sleutel/slot mechanisme', wordt minder klein
afgebroken tot peptiden en peptonen. Deze eiwit afbraakproducten moeten
in de darm verder verkleind worden. De pancreas zal dan extra enzymen
produceren om het afbraakproces van peptiden en peptonen goed te kunnen
voltooien in de darmen.
De
productie van amylase door de pancreas is niet voldoende om de overvloed
aan granen in de dunne darm te verteren. De slecht verteerde granen
schuiven dan ook door naar de dikke darm en onder invloed van een
fermentatieproces door inwerking van de aanwezige darmbacteriën, protozoa
en schimmels, wordt er uiteindelijk ontlasting gevormd die via de
endeldarm het dier verlaat. De aanwezigheid van zetmeel in de dikke darm
kan voor een monokolonie van bacteriën zorgen, die door hun
pathogeniteit schade aan
de darmwand en diverse andere aandoeningen kunnen veroorzaken. Om het
vele glucose dat uit zetmeel vrijkomt goed opneembaar te maken voor de
spieren en de lever, is insuline nodig dat door de pancreas wordt
geproduceerd. De kans is aanwezig dat de pancreas uitgeput raakt en
insulineresistentie optreedt.
De pancreas van een carnivoor is simpelweg
niet geschikt om deze grote hoeveelheden insuline aan te maken om de
glucose uit een niet adequate voeding te verwerken. Ook is er een
mogelijkheid dat de vertering van de maag en de maagperalstiek kan
stagneren, door het insulinotrope darmhormoon gastric inhibitory peptide
(GIP) dat in de dunne darm wordt geproduceerd onder invloed van
zetmeel.
Pups
en kittens die nog afhankelijk zijn van de moedermelk, hebben een
alkalischer maagzuurconcentratie dan een volwassen hond op Natural Raw
Feeding. Bij het afspenen zal
je hiermee rekening moeten houden door makkelijk verteerbare
eiwitten te verstrekken.
Tijdens de omschakeling naar rauwe voeding moeten de maag en darmen van
de hond, kat en fret dan ook wennen aan het ontvangen van hun
soortgerichte NRF dieet. Het enzym pepsine kan door het ontvangen van de juiste
voeding optimaal het werk in de maag verrichten, omdat het gelijke
deeltjes voeding kan omzetten in aminozuren en het maagzuur dat voorheen
een alkalischer milieu had onder invloed van complexe koolhydraten, is
door de nieuwe rauwe voeding in de maag aangezuurd
tot het pH 1-2 dat nodig is om botten en vlees te kunnen verteren.
Pathogene bacteriën in het maag- en darmstelsel en de overvloed aan
gistvorming in de darmen en op de huid, zullen vanzelf worden afgezwakt
door de natuurlijke rauwe voeding die de maag en darmen ontvangen. Het melkzuur in de maag wordt teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau en de
belangrijke aminozuren zoals o.a. creatine en taurine zorgen er voor dat
spieren tijdens activiteit niet verzuren.
Natural Raw Feeding
Als je begint met zelf samenstellen, dan is het erg belangrijk te
weten wat voor vleesbotten je mag geven, hoeveel % orgaan en wat precies
aan ‘overige’ goed is voor je hond.
Er bestaat geen ultieme waarheid in het zelf samenstellen. Geen 1 hond
is immers hetzelfde en elke hond reageert anders op rauwe voeding. Zo is
het ook niet mogelijk dat een commercieel geproduceerde brok-, blik-
of KVV-voeding exact is afgestemd op de individuele behoefte van het
dier. Dus laat je niet verleiden door reclames dat 'alles' wat een dier
nodig heeft in een zak brok, blik of KVV zit, want dan kom je zeer
bedrogen uit. Is NRF dan zo moeilijk? Nee, absoluut niet!!
De
basis is te voldoen aan de verhouding van een prooidier per week. De key-word is dan ook na een
geleidelijke omschakeling veel te variëren met dik bevleesde karkassen
en orgaan van
zowel kleine als grote jonge diersoorten en aan te vullen met 'overige'.
Hoe zit het dan met
die verhoudingen?
Om een gemiddeld
prooidier te simuleren, kun je gebruik maken van:
60%-70% spiervlees
(incl.
vet/huid/vacht)
10%-20% orgaan
10%-20% bot
10%-20% overige
Binnen
het Natural Raw Feeding ligt de nadruk op het voeren van dik
bevleesde karkassen en prooidieren.
Globaal voer je 3-4 dagen per week 30-40% dik bevleesde karkassen,
eventueel op die dag aangevuld met spiervlees en/of orgaan. Dit kun je
afwisselen met prooidieren. Op de overige 'botloze' dagen kun je een
maaltijd vis, vuile pens of een dag spiervlees eventueel aangevuld met
'overige' geven.
Spiervleessoorten
Rundvlees, paardenvlees, lamsvlees, geitenvlees, kipfilet,
kalkoenvlees, hertenvlees etc.
Dit is het meest gangbare aan 'los' spiervlees. Het invoeren van
meerdere spiervleesdagen per week raden wij af. Dit is
tegennatuurlijk en niet in balans. Hiervoor in de plaats zou je dik
bevleesde karkassen kunnen geven, aangevuld met een klein deel
spiervlees of orgaan. Je mag een maaltijd spiervlees vervangen door
vuile pens, aagenzien dit een prima calcium/fosfor balans heeft.
Orgaansoorten
Organen
waarmee aangevuld kan worden tot 10% per week zijn lever, nier, hart,
long, strotten (vallen bij de berekening onder RMB's), testikels,
maagjes, tong, milt, darmen, pancreas, hersenen, ogen, huid etc.
Bij
voorkeur geef je organen van wild of in kleine intacte prooidieren en
indien mogelijk biologische organen van
dieren als rund, lam, geit, (wild)gevogelte en klein wild.
Pens
is een orgaan, maar mag je aanvullen als een maaltijd los spiervlees of bijtellen
als orgaan tot
20%.
Botsoorten
Geef nooit kaal bot! Geef het rauw en kook het nooit!
Dit in verband met het veranderen van de structuur, waardoor het bot
splintert en niet goed meer verteert.
Geef altijd dik bevleesde karkassen van klein wild en/of gevogelte en van
zeer jonge grotere zoogdieren.
De verhouding van zo’n karkas
moet minstens 50/50 zijn en bij voorkeur 70/30 of 80/20 incl. wat vet,
huid en evt. vacht. Dus een karkas
bestaat minstens uit 50% spiervlees en 50% bot .
Bij deze verhouding geef je een derde los spiervlees, wat orgaan en/of
overige bij om verteringsproblemen voor te zijn.
Bij voorkeur bestaat zo’n karkas uit 70% spiervlees en 30% bot of uit
80% spiervlees en 20% bot (incl. wat vet, huid en evt. vacht), eventueel met orgaan en/of overige (gezonde
tafelresten zoals groentes, pitten/zaden etc.).
Sommige
honden hebben meer dan 15% bot per
week nodig. Weer andere honden raken verstopt als ze meer dan 10% en
zelfs 15% bot moeten verteren.
Teveel bot en te kale karkassen werken stoppend, waardoor
al gauw krijtpoep en moeilijk ontlasten ontstaat. Dat is voor één
maaltijd niet zo’n ramp, maar als dit veelvuldig voorkomt, is het zaak
je menu erop aan te passen om verdere ontlastingsproblemen te voorkomen.
Dat is een voordeel van zelf samenstellen. Geen 1
hond is hetzelfde, net als de mens eigenlijk. Je leert dan ook als
eerste naar de ontlasting van je hond te kijken. Als volleerd
'poepkijker' kun je zo het omschakelingsproces van je hond perfect in de
gaten houden.
Wat zijn dik bevleesde karkassen?
Karkassen van gevogelte zoals kip, eend, parelhoen, kwartel,
fazant, duif, gans, patrijs etc.
Karkassen van kleine zoogdieren zoals konijn, haas.
(Van gevogelte en kleine zoogdieren kunnen alle onderdelen gegeven
worden, uiteraard ook in zijn gehele staat als prooidier, dus 'in de
veren' of 'met huid
en haar'.)
Karkassen van grotere zoogdieren zoals lam, geit, kalf, hert:
Ribben, rugdelen, schouders, koppen, staarten.
Bij voorkeur onderdelen van zeer jonge dieren die dik bevleesd zijn
(80/20).
Pas op met
'recreatiebotten'
Dit zijn dragende delen van grote zoogdieren en meestal vrij kaal. Deze botten zijn
niet geschikt als vast onderdeel van een zelf samensteld menu.
Wil je een dergelijk bot wel zo heel af en toe geven, zorg dan dat het dik bevleesd is en haal het weg als het vlees eraf gevreten is of na hoogstens een half uur. Voorbeelden zijn runderknoken, kalfspoten, lams- en geitenpoten.
Het bovenstaande geldt ook voor te harde schedels/koppen van te oude grotere
diersoorten.
Voorbeelden zijn koppen van
te oud lam, schaap, geit, kalf en paard.
Als je ziet dat je hond moeite heeft om er doorheen te komen, haal het dan weg.
Zowel recreatiebotten als te harde onbevleesde schedels zijn tandenbrekers en slijten de tanden en kiezen van je hond snel
af!
Dr. Tom Lonsdale schrijft
o.a. in Raw Meaty Bones:
Low-fat game animals and fish and birds provide the best source of food for pet carnivores.
If using meat from farmanimals (cattle, sheep and pigs) avoid excessive fat, or bones that are too large to be eaten.
Dogs are more likely to break their teeth when eating large knuckle bones and bones sawn lengthwise than if eating meat and bone
together.
Vis
Vette zoutwater vissoorten zoals
haring (ongepekeld), makreel, sprot en (wilde) zalm. Maar ook de mager
vette zoutwater vissoorten kunnen gegeven worden, zoals mul, poon,
sardien, schol, tarbot, tonijn en de magere zoutwater vissoorten, zoals
kabeljauw(kop), koolvis, schelvis, tilapia, tong en wijting.
Dit kan afgewisseld worden met zo af en toe zoetwatervis, zoals forel. Het advies is om zoetwatervis minimaal 10 dagen in te vriezen
in verband met parasieten. Na die invriesperiode kun je het zonder
problemen aan je hond geven.
Zeevis moet sinds 2007 verplicht minstens 24 uur zijn ingevroren,
voordat het in de verkoopschappen gaat. Hoe dat precies zit, kun je op
het forum lezen. Het is niet per definitie nodig om dan drie weken in te
vriezen, maar voel je je daar prettig bij, dan is dat geen enkel
probleem.
Over
vis.............
Vis bestaat in hoofdzaak uit spierweefsel dat is opgebouwd uit eiwitten.
Het is licht verteerbaar, doordat het minder bindweefsel bevat dan
vlees.
Alle vissoorten zijn rijk aan essentiële aminozuren omega 3 EPA (eicosapentaeenzuur)
en DHA (docosahexaeenzuur), omega 6 en omega 9.
Vis in zijn algemeenheid is erg rijk aan vitamines.
Vette vis bevat veel vitamine A, B (waarvan B12 en foliumzuur B11), D en
E.
In vis zit o.a. jodium, chroom, fluor, selenium, taurine en zink.
Vis en afbraak van
vitamine B1
Vis is een prima onderdeel van de rauwe voeding voor een carnivoor. Een
bepaald enzym (thiaminase) in met name zoetwatervis en zeevis als
haring, is in staat om vitamine B1 af te breken. Dit gebeurt echter in
zulke kleine hoeveelheden dat wel heel erg veel vis moet worden gevoerd,
om de hond grote vitamine B tekorten te laten oplopen.
Vette vissoorten zijn erg rijk aan hoogwaardige aminozuren. Ze bevatten
ook belangrijke vitamines en mineralen zoals selenium en taurine. Een
gevarieerde voeding met verschillende soorten vlees, botten en orgaan,
heft het thiamine-afbraak verhaal op. Immers, in vleeskarkassen en
orgaanvlees zitten al zoveel goede vitamines en mineralen dat de kans op tekorten
echt uitgesloten is.
Hooguit tweemaal per week vis is voor veel honden een feestje.
Bij een gevarieerd zelf samengesteld menu is éénmaal per week
voldoende.
Rauwe
eieren
Een hond mag 1 ei op 5 kilo lichaamsgewicht per week. Een hond van
30 kilo mag 6 eieren per week. Aangezien deze hoeveelheid voor honden
met nierproblemen niet is aan te bevelen en honden op zelf samengestelde
voeding genoeg aminozuur- en vitamine- en mineralenbronnen hebben,
is het geregeld geven van een paar rauwe eieren per week voldoende. Het
is een traktatie voor de hond en niet in de laatste plaats erg gezond.
Hieronder volgt een korte uitleg voor wat betreft het geven van
rauwe eieren en de mythe over biotinetekort:
Het voeren van alleen het eiwit en dat in grote hoeveelheden, vergroot
de kans op een biotine-tekort. De stof avidine uit eiwit is dan in staat
om biotine uit eigeel af te breken.
Maar wordt dat ei in zijn volledige staat als ‘prooi’ gegeven, dan
zit er balans in die verhouding. Het eigeel zit bomvol goede vitamines,
mineralen en aminozuren, wat de werking van de avidine uit het eiwit
opheft.
De eierschaal is een goede calciumbron en zorgt dat alle
mineraalverbindingen goed door het lichaam worden opgenomen. Wil je daar
optimaal gebruik van maken, dan is het een optie om het ei met schaal te
pureren.
Overige
Een
hardnekkige bewering is dat groentes vooral worden gegeven om de
pensinhoud van een prooi na te bootsen en dat ze zodoende geen functie
hebben. Vooralsnog hebben ze volgens de bekende boekenschrijvers een
functie als mineralenaanvuller, dienen ze als prima ruw vezel en ontstoren
belangrijke organen zoals lever en nieren. Het heeft
in die zin niets met het nabootsen van pensinhoud te maken. Het is
geen 'must' groentes te geven, maar zeker ook geen schande. Wil je echt de
inhoud van maag en darm nabootsen, dan zul je groentes en andere vormen
van ruw vezel moeten fermenteren.
Op het forum vind je meer info hoe dat nu zit met die wolven en het eten
van maag- en darminhoud en vind je uitleg over de aanvullingen.
Indien je hond het lekker vindt en er goed
op reageert, kun je het volgende als 10%-20%
Overige geven:
verse
kruiden;
kiemen;
noten, zaden en pitten;
groentes (gezonde tafelresten of gepureerde rauwe groentes);
fruit;
honing;
eieren;
gefermenteerde zuivel (kefir, geitenyoghurt/geitenkarnemelk/geitenricotta).
Voor een bepaalde groep rauw voerders die geen van het Overige bijvoert, valt dit onder supplementeren.
In veel bekende boeken valt te lezen dat het
onder de normale voeding van de hond valt. Supplementeren is het dus
zeker niet. Dat is wat je doet met pilletjes en poedertjes, indien je
hond dat 'nodig' heeft.
Pro- en prebiotica
Probiotica in poedervorm kan succesvol worden ingezet bij chronische
verteringsproblemen, chronische huidklachten, chronische klachten van
allergische aard en weerstandsvermindering.
Let
er dan op dat een product glutenvrij is en geen gist, zuivelproducten,
maïs, bijenwas, soja, rijst, smaak-/kleurstoffen en
conserveringsmiddelen, suiker en lactose bevat.
Melkkefir is een enzym- en bacterierijk voedingsmiddel en werkt als een
natuurlijk probioticum. Het is rijk aan goede enzymen,
bacteriën en heilzame gisten, belangrijke mineralen, aminozuren en
vitamines uit de B-groep, waardoor het in staat is om het immuunsysteem
in zeer korte tijd een flinke booster te geven.
Yoghurt
en karnemelk zijn ook een natuurlijke probiotica, maar bevatten
kortwerkende darmbacteriën en lang niet alle soorten goede darmbacteriën
en gisten als in kefir. Biologische geitenyoghurt, -karnemelk en
-ricotta worden meestal beter verdragen dan koezuivel. Veel honden
kunnen allergisch reageren op te ver doorbewerkte zuivelproducten van
koeien of hebben een voedselintolerantie, aangezien volwassen honden in
tegenstelling tot pups nauwelijks zelf lactase kunnen aanmaken. Vandaar
dat honden met ziektes wellicht beter gebaad zijn bij een commercieel
product ten opzichte van zuivelproducten en zelf gemaakte melkkefir.
Gefermenteerde groentes bevatten ook goede
darmculturen. Een voorbeeld van deze vorm van prebiotica is rauwe
zuurkool; fijn gesneden, mengen met wat andere groentes/kiemspruiten/kruiden of
over het vlees.
De meeste honden vinden dat erg lekker. Een goede vuile
pens van geit, lam of rund bevat pro- en prebiotica in de vorm van
actieve bacteriën en enzymen door de voorverteerde inhoud van de maag. Rauwe
koudgeslagen honing bevat levende enzymen die ten goede komen aan o.a.
het maag- en darmstelsel. Als onderhoudsdosis zijn dit prima manieren om
de darmflora op peil te houden, waarvan naar onze mening de laatste twee
items een groot nut hebben voor de weerstandsverhoging van je hond.
Bron
& Copyright: www.rauwevoedingvoorhonden.nl
Interesse in het Natural Raw Feeding?
Neem eens een kijkje op:
|